




Wilders
Waargebeurd
Vandaag



























Waarvoor ?
Wat is het toch, die frictie in mijn ik
die botsing tussen voelen en bedenken,
die
onrust ,die me zelden rust wil schenken,
zó hevig vaak, dat ik er haast in stik ?
Hoe
komt het toch, dat twijfel steeds weer knaagt
waardoor ik in een eenzame verander,
mijn
ziel, zich distanciërend van “de ander”
moet antwoorden op wat zij me steeds vraagt
?
Waar dient het toe, dat zoeken van mijn geest
terwijl ik mijn tijd maar één keer
kan benutten
en troost uit alles om me heen kan putten,
náást ‘t besef er niet voor
niets te zijn geweest ?
J.
Alsjeblieft lief...
Vergeet maar ál je oude dromen,
alle verwachtingen die je had
waarvan zo weinig uitgekomen,
doordat er zo veel tégen zat...
Vergeet maar hoe we beiden
lachten,
als jou weer iets te binnen schoot
en het delen van ál die gedachten,
ons één-
Vergeet wat je nét hebt gelezen,
ontdek steeds wat je dágelijks
ziet, maar
mijn zijn voor jou, met héél m’n wezen
aljeblieft lief.... vergeet dát
niet...
J.
Gedichten








Lente in de tuin.
Ik heb mijn rust verdiend, heb hard gewerkt
om van de tuin een paradijs
te maken.
Het duurt wel even voor het zover is,
Intussen voel ik mijn gewrichten kraken.
Vandaar
dat ik hier lig, volmaakt ontspannen,
ik droom wat weg en voel ik mij een gezegend
mens.
Geen moeten of geen willen, zelfs geen plannen,
op dit moment heb ik geen enkele
wens.
Voor ’t eers laat ik de zon mijn lichaam kussen,
ik lig genietend op een bedje
in haar licht.
De vogels in hun kooi beantwoorden de mussen
die in de bomen tsjilpen,
buiten ons gezicht.
De buurman kletst in zijn mobile telefoon, hij moest eens
weten,dat
hier zijn buurvrouw ligt, zo poedelnaakt.
Dit is echt een moment om niet meer te vergeten,
nog
maar april, dit voorjaar wordt volmaakt!
Zwerver


Nazomer in Den Haag
Een stille zondagochtend in Den Haag,
de meeste mensen nog
in bed, of naar de kerk
een enkeling zich voorbereidend op het werk
en ik dwaal door
de stad, dat doe ik graag.
Zo ‘s morgens vroeg, de gracht alleen voor mij
er hangt
een lichte nevel over ‘t water,
wat eenden zwemmen loom, wat zacht gesnater
het geeft
me rust, ik voel me even vrij.
Vrij van de drukte, los van de hektiek,
eens even niets
te moeten of te willen.
Het geeft mijn geest de kans om te verstillen
en lopend langs
een kerk hoor ik muziek.
‘t wordt langzaam-
De markt
op het Voorhout gaat bijna open
De mensen willen ook op zondag kopen,
“mijn” zondagochtendstad
is nu niet meer verlaten.
Het wordt me hier te druk, ik haal mijn fiets
en rijd nog
maar een stukje door de duinen.
Gelukkig met een stad waar je kunt struinen
naar je
behoefte van ‘t moment, al is dat niets...
Marianne W.
De Regels van het spel
Mijn buurmeisje wist het altijd beter,
bij het hinkelen
of gewoon in het spel :
“Hier moet je wachten en daarna draaien“,
als ik langer meedeed
begreep ik het wel.
Maar voor ik het wist was zij weer verder:
“dan ben jij de koning
en ik de prinses”
en terwijl ik langzaam, statig, rondschreed
bleek ik een bediende
en zij danseres.
Sindsdien ging ik beter luisteren
op de sportclub, op het koor,
zocht
ik naarstig naar de code
maar ik blijk steeds uit de mode,
hoor haar tussen de regels
fluisteren:
“Heb je het nu nóg niet door ?
Eric van Loo

Hoogtij
De maan trek aan de zee, die trekt aan mij, ik trek aan jou,
jij
reikt naar mij, zoals de maan, jij zwemt in zee, ik zwem in jou,
de zee smaakt zout,
zout smaakt jouw huid,
jouw zoute tranen als je huilt,
mijn tranen als je lacht,
met
mij.
De volle maan schijnt in de nacht, bevrijdt de zee,
jij maakt me vrij, ik maak je vrij
en golven rollen, vormen schuim, maken de vloed;
het water wast, dringt tot het duin,
Het springtij raakt tot in het duin, ontstuimt
in
jou en mij.
Henry Tores
Hans de S.



De gek in de regenton
Ze zeggen dat ik gek ben en het regent;
Ik drijf op ’t water
en vermaak mij wat.
God in zijn liefde heeft ons wijs gezegend:
U met een woonst, mij
met een regenvat.
De mensen blijven maar naar mijn daden kijken
En lachen luidkeels
dan omdat ik lach.
Ik weet het doel niet dat ik moet bereiken
Maar zwaai toch reeds
de overwinningsvlag.
Eenzaam drijf ik des nachts over het water
En door de stilte valt
dan soms een witte ster.
Ik vind die ginds wel in de diepte, later:
En blijf als altijd
ieder doel te ver.
Fr.Buyle (1913)






Haafst...
Ina
Caleidoscoop..
Kijk in mij en geniet
van ’t mooi op dit moment,
dat niemand ooit weer ziet
daar
’t geen herhaling kent...
Kijk in mij dan en zie
‘n nooit aanschouwde pracht,
in
rijke harmonie,
symmetrisch, fél en zacht...
Kijk in mij en besef
’t voorbijgaan
onverwacht,
al bij ’t minst beweeg
tot herinnering gebracht...
Kijk in mij en houd
hoop
dat kijken àltijd loont,
steeds nieuwe schoonheid toont
in mij...caleidoscoop...
J.
Herfst in het duin
Herfst in het duin,
de blaad’ren liggen nat,
tussen de afgerukte
takken op mijn pad.
De lage zon
achter een dampgordijn,
zet alles in
een feestelijke
schijn.
De kleuren gloeien zacht,
in het novemberlicht.
In mij ontstaat spontaan
een
herfstgedicht..
Zwerver



Lente
Waar ‘t kruipend kruid
opnieuw de aarde dekt
met al die blad-
bloembezette ranken,
daar
ga ik,
adem diep, opnieuw
het leven in.
De winter ging,
ik wil de Schepper danken !
(1)Zwerver

Rust
Al zoekend naar wat rust,
loop ik me uit de naad,
me niet genoeg bewust
van
waar het nu om gaat.
In boeken en gesprekken,
steeds heviger aan ‘t werk,
wat helpt
me om te vinden,
een groep, een mens, een Kerk ?
Of zal ook mij eens blijken
dat zoeken
niet meer hoeft.
Omdat ik heb gevonden,
dat wat mijn ziel behoeft.
Een plek, omringd
door mensen
waar ‘k rijke’lijk groeien kan,
aan dagelijkse dingen,
goed werk, het kroost,
mijn man.
Een leven vol en krachtig ,
talenten bij de vleet,
genoeg om van te leven,
mijn
leven is compleet.
Ik hoef niet meer te zoeken,
sta er al middenin.
Nu wil ik nog wel
weten:
waar vind ik nu de zin ?
(1)Marianne W.

Toon mij de clown.
(3)Zwerver

Vriend
Welkom welkom ,
méér dan welkom !
weet je welkom
in mijn huis.
Eet mijn
voedsel,
neem mijn drinken,
lees mijn boeken,
voel je thuis.
Leg je lichaam
maar te
rusten,
voed je geest
en voel je hart.
Deel je zorgen,
leer weer lachen,
deel jezelf
en
ook je smart.
Zwerver

Ballonvaart
Verrukt
en héél erg eenzaam
zweef ik door de lucht ,
van laag
naar
grote hoogte
in minder dan ‘n zucht .
Alles lijkt zo nietig
zo vaag en vreselijk klein,
wat
voelt het toch geweldig
om zó ver weg te zijn !
Maar ééns ,
eens komt ‘n einde
aan deze
mooie dromen
en zal ik voor jou ,
alléén voor jou ,
naar beneden komen...
(1)Iris v.V.





Tulpen en Anemonen
De schoonheid van de Anemoon,
en witte Tulp (hoezo
gewoon?),
in dit boeket bijeengebracht,
ontroert mijn hart in deze nacht.
Het is vervuld
van stil geluk,
om dit geschenk een beeldschoon stuk.
De schoonheid van dit lieve leven
en
vreugd om wie het heeft gegeven.
(2)Marianne W.


Taal leert mij
Taal tekent mij,
Mijn leven lang,
Spelen woorden met mijn krachten
Zinnen zinnen op gedachten
Graven gedichten traag hun gang.
Taal rekent mij,
Mijn dagen
voor,
Dat rijm en ritme samenvallen
Voldoen aan schoonheid van getallen
Delen minnen
plussen door.
Taal schrijft mij,
Mijn schriften vol,
Met woorden die elkaar verjagen
Tot
ze zinvol regels dragen
Schuivend in de juiste rol.
Taal spreekt mij,
Mijn reden aan,
Zodat
gevoel en sfeer zich uiten
Op een waardig weg naar buiten
En eenieder leert verstaan
Henry Tores

liefde, mijn liefde,
diamant op m’n pad.
waar breng je me nu?
het is hier zo glad.
het licht kan ik voelen,
maar het zien doet zo'n pijn.
misschien is mijn visie,
mijn
visie te klein.
want waar we ook gaan,
jij bent groter dan ik.
lichter en warmer.
ik voel dat ik stik.
maar dan in een stilte,
de einder voorbij.
voel ik jouw warmte,
jouw warmte naast mij.
schuld is mijn deel,
ik heb je verzaakt.
zonder te denken
je hart aangeraakt.
van voorbije glorie
mijn handen nog grauw.
hoe kon 't je raken,
je raken mijn vrouw.
want jij bent het leven,
mijn leven te na.
't is steeds de reden
waarom ik besta.
vergeef nu een ziel die
niet weet wat hij doet.
en steeds weer zo,
weer
zo laat wat hij moet.
breng me, mijn lief
naar die plaats in mijn hart.
waar
steeds alle kleur
verbleekt bij het zwart.
dan pak je mijn hand,
ik zal 't niet vrezen...
en nooit zal het zwarte
het zwarte meer wezen.
B.F.P. Heijmen,
Eindhoven (bzzmn)
Levenstoene
In de toene van mien leven
doer heb ik van alles poot
't is aalmoal verdailt in vakkies
en zie goan van klain noar groot
het binnen aalmoal herinnerns
al verchilt ze wel
in kleur
zie scheeln ook wel wat in groote
en zie bennen aans van geur
boetendat
het ze nog noamen
laifde, zaikte en geluk
'k zel der aaltied goud veur zörgen
anders
gait de laifde stuk
en in 't allerverste houkie
nooit vergeet ik hou dei hait
achter
'd heege hoast verschooln
stait 'n plaant dij hait ......verdrait
Albertina


er is een amsterdammer…
(vrij naar Johny Kraaykamp)
Er is een Amsterdammer weggegaan
hij had nog wel ’n potje willen kaarten
maar de ontwikkelingen
stonden ‘m niet aan
dus, huppakee, gaf hij de pijp aan Maarten
de verhuizer had gebeld,
stond met de deurknop in z’n hand
dezelfde tante Sjaan lag nog in hetzelfde ledikant,
maar ja
daar had hij toch tegenwoordig ook niet veel meer aan
en, als je niet kunt
blijven moet je domweg gaan…
Er is een amsterdammer weggegaan
1 achenebbisj pierement stond nog te draaien
geen
mens zong nog : “bij ons in de Jordaan”
de Pijp, de Kinkerbuurt mooi naar de haaien
de
tram reed rustig door, geen mens liep nog te hoop
hij zat al jaren eenzaam met z’n
weemoed in de knoop
niemand zag ‘m vertrekken en nérgens blonk ’n traan
maar: als je
niet kunt blijven kun je maar beter gaan…
Er is een amsterdammer weggegaan
er viel niks meer te lachen op de wallen
ze mochten
ongestraft je op je donder slaan
niet in hun eentje, maar gewoon ook met z’n allen
dan
lag ‘ie daar te kermen in z’n laatste goeie pak
z’n GSM gestolen en z’n pinpas uit
z’n zak
en niemand die ’n hand uitstak of met ‘m was begaan
nee, als je niet móet blijven
kun je maar ‘t beste gaan…
Er is een amsterdammer weggegaan
verloren voor ’t verlaten stamcaféétje
zélfs niet
gemist door tante Sjaan, want
die had Altzheimer al was ’t nog maar ’n beetje
dat ene
pierement komt hij niet meer voorbij
misschien houdt onze lieve heer voor hem ’n plaatsje
vrij
je kunt er niet omheen, dat het steeds vaker zo zal gaan
want die er niet móest
blijven is wel zo zoetjesaan gegaan…
J.(12.dec.).
Méégevoel
dat vleugje romantiek, zo’n snufje nostalgie,
die steelse achteloos weggepinkte traan
het streelt m’n ziel als ik daar iets van zie
verplicht me daarbij stil te blijven staan
gevoelssnaren steeds weer te laten raken
o méégevoel...blijf me zo raakbaar maken...
J.(12 dec.).



Winter in de stad
Winterhelle blauwe hemel,
kale bomen, pakken blad.
Hoge schoenen, dikke sokken,
sjaal om, met de hond op pad.
Rondje park of door de duinen,
blijft de lucht nog even blauw?
Heb geen zin in weer een stortbui,
geef de voorkeur aan de kou.
Laten we de stad maar in gaan
over lanen, langs de gracht,
waar een koppel witte zwanen
op een hapje eten wacht.
Als het toch begint te druppen
stopt de bus al om de hoek.
Brengt ons weer naar huis, naar warmte,
eten, drinken en een boek.
Zwerver
2 december 2007
Ain different deej
Oranjefonds dei geft as veurbeeld
Blief nait aalweej op joen stee
Go now es jour huus uut
So wie meek ain different deej
Mit ainodder goan wie baauwen
Veur ain klien en prittie stee
En aan ’t ende van zo’n waarkdeej
Hewwe aal ons different deej
Kop of kovvie, plakkie stoede
Och, ’t is mor ain ajdeej
En ain bordje snert as lest nog
So meek wie ons different deej
Albertina
Albe
Ina op’tende-
Utrechtselaan 134
Stadskanaal
0599-

Droom,,,
‘k ben steeds weer rijk als ik ‘n droom mag dromen,
‘t avontuur dat zo achteloos haalbaar blijkt
dat je zonder weerstand overal laat komen en
veel meer laat zien dan ‘t mensenoog bekijkt
waarbij je over bergen heen kunt vliegen
los van de zwaartekracht, los van het hier en nu
ontheven van het dagelijks bedriegen
onkwetsbaar voor elk individu...
het dromen dat je straffeloos mag beleven
omdat het toch jouw eigen grens bepaalt en
dat je steeds het vruchtgebruik zal geven,
daar jij het bent, die de kosten heeft betaald...
J.(18 dec.).


AIN GELUKKIG NEIJOAR
Groag wil ik aan alle minsen
Ain hail gelukkig joar touwinsen
k Hoop toch echt veur groot en klain
Het nije joar gout uut zel zain
Groag wil ik aan alle minsen
Ain gezond en blied neijoar touwinsen
Blaank of broen, het mokt nait uut
k Sloet hiermit gainaine uut
Groag wil ik aan alle minsen
Ain mooi en vredeg joar touwinsen
Zunder oorlog, hoat en nied
Allinneg laifde nooit gain spiet
Een gelukkig Nieuwjaar
Graag wil ik aan alle mensen
Een heel gelukkig jaar toewensen
Ik hoop toch echt voor groot en klein
Dat het een heel goed jaar zal zijn
Graag wil ik aan alle mensen
Een gezond en blij nieuwjaar toewensen
Blank of bruin het maakt niet uit
Hiermee sluit ik niemand uit
Graag wil ik aan alle mensen
een fijn en vredig jaar toewensen
zonder oorlog haat en nijd
Alleen nog liefde nooit geen spijt
Albertina, 29-



Herinnering...
In die tijd moest je oma’s nog OPOE noemen,
de onze sprak nog van “weerom” en van
“altoos”
en over Gods liefde in de vogeltjes en de bloemen
maar ze keek daarbij altijd
zo vreselijk boos...
Nee, blijheid wist ze ons niet echt te brengen,
haar hele wezen
straalde altijd slechte zin en
hadden wij plezier, dan voelden we ons krengen,
zélfs
vader bond bij haar heel duidelijk in...
Opa heeft weinig herinnering nagelaten,
die
zat er altijd gewoon wat zwijgend naast,
hij diende als bevestiging voor haar praten...
dus,
àls hij iets zei was iedereen verbaasd !
Zó ging ‘t dagje dan voorbij dat ze logeerden,
dan
brachten we ze ‘s avonds naar ‘t station en
na ‘t zwaaien was het éérst wat we probeerden,
of
je ongestraft..... gewoon nog làchen kon
J.
Ze zijn er nog wel, maar ze worden wat schaars
die Oorlogsveteranen met ‘n rug als
‘n kaars, die
al lopen ze nu wel wat moeizaam en stram,
onze vrijheid bevóchten...vaak
man tegen man.!
Ze deden voor niemand ook maar 1 stap opzij....
door die mensen dus
luitjes kwam ons Landje wél vrij !
Maar nu ‘t gaat zoals ‘t gaat, bedenkt ‘n enkeling
verrast
of voor die vrijheid toen vechten, nu wel zo heeft gepast....
J.
Gezondheid...
Ooit bij Koog a/d Zaan
is zijn sleepboot vergaan
en is oudtante Claartje
verdronken..
Nu nog leeft iedereen mee
in oudoom Cootje’s Café
en wordt menig Oud Klaartje
geschonken...
Ronald K.
Even dan...
Ze lag op haar ziekbed haar lot te betreuren,
een vriendin deed alles om
haar wat op te beuren,
met ‘n mop, een gebaartje, haar grappigst gezicht
maar de zieke,
ze zweeg, met haar ogen stijf dicht..
Toch had ze haar humor niet écht verloren
want
met ‘n glimlach tot aan beide oren,
verraste ze plots haar verbaasde vriendin :
begin
jij maar met lachen, dan val ik misschien in...!
J.
Ouwe Koos
En dan ‘t verhaal van ouwe Koos
die was zó dol op vissen,
dat ‘ie met z’n
ogen op het kroos
z’n broek stond nat te pissen
en toen eindelijk die karper beet
‘n
flinke tachtig-
ging ouwe Koos als een komeet
zelfs helemáál kopje ónder...
J.
Knarren
De ouden van dagen die lijken niet oud,
ze tennissen, fietsen, niets wat ze
weerhoudt.
Ze vullen hun magen met lekkere dingen
en vullen hun dagen met spelen en
zingen,
met springen en dansen, met sport en met spel.
Al zijn ze geen piep meer, ze
lijken het wél...
Ruud v/d H.
Wandel-
‘t beste gaat u twee maal rechts en dan urenlang rechtdoor,
mocht u niet
zo goed ter been zijn, inclusief uw rollatoor...
Philos
Kras
Soms geef ik antwoord als mij niets wordt gevraagd,
kortaf of langdradig, beleefd
of obsceen
maar geen mens die zich ooit over mij heeft beklaagd.
er zijn hier geen
mensen, ik woon hier alleen.
Ik heb vaak twee sokken aan één voet getrokken
en onder
de douche op pantoffels gestaan.
Ik loop in de regen onder wandelstokken
en heb eens
een plas in het stemhok gedaan.
Dat komt omdat alles precies is geschied
waarom ik
als knaap heb gebeden:
“Laat me niet doodgaan Heer, nu nog niet”
en da’s negentig jaar
nu geleden.
John O’Mill
De zin...
Ik ben nu haast 80, gezond en tevree
de Heer zij geloofd en aanbeden,
daar
had Hij Zijn eigen bedoelingen mee
er gebeurt immers niets zonder reden...
m’n geest
is nog helder, m’n hand trillingvrij,
ik kan zonder bril prima lezen
en komt er zo’n
prachtig groen blaadje voorbij,
dan zou ‘k zelfs nog bok kunnen wezen...
maar niet
langer gekletst nu, de tijd tikt wel dóór
ik ga snel wat strijken en koken,
want Marietje
van 70, op 3-
heeft al twee keer haar hand opgestoken...
J.
Vrij naar Guido Gezelle
Er en priegelepraggelt een pluizeke
dat zwierderezweeft voor mijn mond.
ik bluizerdebliezer-
het
pluizeke fier naar de grond.
Als priegelepraglende pluizekes
mijn mond zwier-
dan heefter dit vrouke
het sefkens
niet gierderdegoed naar de zin!
Dan moeter mijn keelke zo heftig
Wat rocheldekotserke braken.
en moeter mijn arme menneke
het
vloerke weer kuisekesmaken.
Vandaar en dat priegelepluizekes
mijn deurke voorbij mogen gaan.
Zodat er het dweilerestokske
int
poetshokske stil blijft en staan!
Marianne W.
De Both en Balloth-
Ha beste broeder Both, hoe lang is ‘t nu geleden,
dat wij
op de fagot elkaar om het hardst bestreden ?
Ach, vraag dát liever niet blaas-
jou ging het blijkbaar goed, mij trof het zwaarste lot...
Want snuif en cigaret,
namen m’n longen zwaar te grazen,
dus weet ‘k al lang niet meer van toeten, noch van
blazen.
Zélfs, beste, is ‘t m’n tijd, dus liever geen gezemel, blaas
liever nog één
keer de sterren van de hemel...
Blaas wat je blazen kunt, zo hóóg mogelijk van de
toren
misschien is ‘t me vergund dat Goden en Engelen ‘t hóren.
Haal één keer nog voor
mij, het onderste uit jouw fluit,
dan piep en pers ik blij, mijn laatste adem uit...
J.
Opoe
In die tijd moest je oma’s nog OPOE noemen,
de onze sprak nog van “weerom” en
van “altoos”
en over Gods liefde in de vogeltjes en de bloemen
maar ze keek daarbij
altijd zo vreselijk boos...
Nee, blijheid wist ze ons niet echt te brengen,
haar hele
wezen straalde altijd slechte zin en
hadden wij plezier, dan voelden we ons krengen,
zélfs
vader bond bij haar heel duidelijk in...
Opa heeft weinig herinnering nagelaten,
die
zat er altijd gewoon wat zwijgend naast,
hij diende als bevestiging voor haar praten...
dus,
àls hij iets zei was iedereen verbaasd !
Zó ging ‘t dagje dan voorbij dat ze logeerden,
dan
brachten we ze ‘s avonds naar ‘t station en
na ‘t zwaaien was het éérst wat we probeerden,
of
je ongestraft..... gewoon nog làchen kon...
Kennelijk
Hij heeft de mooiste ogen die ik ken
van diep en prachtig glanzend donkerbruin
als hij me aankijkt, raak ik zo bewogen
dat ik het eerste uur van slag af ben
Soms stoeien wij een beetje in de tuin
dan komt hij los en wordt hij opgetogen
vooral als ik hem kietel en hem jen
(zo rolden wij het rozenperk in puin)
wij hebben een apart soort dialogen
waarvan nog nooit een derde iets verstond:
verliefden kunnen praten met hun ogen
Mijn moeder vindt de omgang ongezond
(als het aan haar lag had het niet gemogen)
maar ja, ik houd nu eenmaal van mijn hond
C..v.d Pluijm

Veurjoar
Woazeg gruin dat siert de bomen
Grond dei roekt noar levenskracht
Vogels heur ik vrolek floiten
Veurjoar…..Veurjoar heur ik zacht
Hier en doar zuch ik wat vlinders
Lammern in heur wollen vacht
Darteln vrolek deur de waaide
Veurjoar…..Veurjoar heur ik zacht
Zunne is ol weer wat waarmer
Appelboom in rozze pracht
Wind waait fluusternd deur de bomen
Veurjor…..Veurjoar heur ik zacht
Gras begunt ol wat te gruien
Winter gait weer in de wacht
Bloumen stoan mit frizze kleuren
Veurjoar…..Veurjoar zing ik zacht
Albertina

